Javascript is required to view this map.

dongen

De gemeente Dongen ligt op de grens van West- en Midden-Brabant en heeft 25.100 inwoners (2011). Sinds 1997 behoort ook ’s Gravenmoer tot de gemeente. De grens tussen de beide dorpen vormde lange tijd de grens tussen Holland en Brabant, waardoor ’s Gravenmoer nog steeds een protestants bolwerk is, terwijl Dongen overwegend katholiek is.

De naam Dongen is afgeleid van de zogenaamde ‘donken’, zandruggen te midden van veen- en kleigebieden, waarop de eerste bewoners zich vestigden. Op deze uitlopers van de Drunense Duinen stonden de huizen hoog en droog en er waren voldoende vruchtbare akkergronden en weilanden. Het dorp ontwikkelde zich in eerste instantie rondom de huidige Heuvel, waar een oude verbindingsweg tussen Den Bosch en Antwerpen het riviertje de Donge kruiste. Hier vlakbij, aan de Kerkstraat, werd rond de twaalfde eeuw op de plek van de huidige protestantse kerk een kapel gesticht.

Dongen ontwikkelde zich van een agrarische gemeenschap naar een centrum voor de bewerking van leer en de fabricage van schoenen en vooral in de periode van 1850 tot 1940 breidde deze bedrijfstak zich explosief uit. De aanwezigheid van het riviertje de Donge, dat het dorp van zuid naar noord doorsnijdt, zorgde voor spoelwater voor het zwaar vervuilende looiproces. Vooral langs de Lage en Hoge Ham ontstond een lange lintbebouwing van woonhuizen aan de straat, met leerlooierijen, leer- en schoenfabrieken op de achtererven. Het centrum van Dongen verplaatste zich door deze bebouwing meer naar het noorden. Ook belangrijke katholieke bouwwerken, zoals klooster Mariaoord en de St. Laurentiuskerk, werden aan de Hoge Ham gebouwd.

Tussen 1909 en 1923 werd het Wilhelminakanaal gegraven. Het verbond Tilburg via Dongen met de Amer en was bedoeld om de inmiddels gemechaniseerde textielindustrie in Tilburg van voldoende steenkool te voorzien en om textielproducten af te voeren. Ook Dongen profiteerde van de aanwezigheid van het kanaal. Ten zuiden ervan werd na de Tweede Wereldoorlog bedrijventerrein Tichelrijt aangelegd. Naast andere bedrijfstakken zijn hier ook nu nog bedrijven in de leerindustrie te vinden. De fabrieksgebouwen in het centrum hebben veelal een nieuwe bestemming gekregen.

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw breidde Dongen zich in eerste instantie in westelijke richting uit met de wederopbouwwijken West I en II, en later in noordelijke richting, met De Biezen. In de jaren negentig kreeg Dongen in het oosten een uitbreiding: De Hoge Akker. Voor al de naoorlogse uitbreidingen geldt dat ze weinig rekening hielden met de bestaande structuren in het landschap. Het slagenlandschap ten noorden van Dongen vormt wel de basis voor het stedenbouwkundig plan van De Beljaart, de nieuwste uitbreidingswijk. Tot 2017 verrijzen hier 760 woningen.

De fabrikantenwoning aan de straat en het oudste deel van de voormalige looierij op het achtererf dateren uit het derde kwart van de negentiende eeuw. De looierij heeft de gebruikelijke opzet met het nathuis in baksteen op de begane grond en een opbouw in hout voor het drooghuis. Beneden werden huiden verwerkt tot leer, waarna deze op de verdiepingen te drogen werden gelegd. De looierij is in 1908 uitgebreid. Deze eenlaagse aanbouw met plat dak dateert uit de tijd dat ventilatoren werden ingezet voor het drogen en droogluiken overbodig werden.

lees meer